PSALM 18

Guitar Psalms

De Guitar Psalms zijn het begin van het Psalms Electrified project. In 2018 en 2019 schreef Wiek bij alle 150 psalmen een gitaar solo compositie. Dit zijn de Guitar Psalms geworden. Peter Gielissen maakt de video’s, Wiek’s huis is de studio, waar sinds 1 januari 2020 de audio opnames van de composities gemaakt worden. Op 1 januari 2023 zijn alle 150 stukken -als het allemaal goed gaat- opgenomen.

Audio: Guitar Psalm 18, studio versie

Video: Guitar Psalm 18, live versie

Psalmtekst (vertaling Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde)

Lees meer

1 Voor de koorleider.                                   Van Jahwe’s dienaar David, die voor Jahwe dit lied heeft gedicht toen Jahwe hem had gered uit de greep van al zijn vijanden en uit de hand van Saul.

2 Dit is wat hij zong:
Hoezeer heb ik U lief, Heer, mijn sterkte!

3 De Heer is mijn steenrots, mijn burcht,  gevaren doet Hij mij ontkomen:
mijn God, mijn beschuttende rots, mijn schild, hoorn mijns heils, mijn verheffing.

4 Hem zij lof! Ik riep tot de Heer en ik was verlost van de vijand.

5 Mij omsloten banden des doods,
mij belaagden onheilspellende stromen;

6 haast hield mij de doodskrocht gekluisterd, de dood met zijn worgstrik stond voor mij.

7 En de Heer riep ik aan in mijn angst, mijn God smeekte ik schreiend om bijstand: Hij hoorde mijn stem in zijn troonzaal,
mijn kreten bereikten zijn oor.

8 Toen doorvoeren schokken de aarde, bewogen de gronden der bergen:
zij beefden – zijn toorn was ontbrand.

9 Rook sloeg van zijn adem omhoog, verterend vuur kwam uit zijn mond, verschroeiend sloeg het van Hem af.

10 Uit een donker zwerk streek Hij omlaag, donderwolken onder zijn voeten;

11 op een cherub voer Hij in zijn vlucht, op stormvleugelen nader gedragen.

12 En met duister heeft Hij zich omhuld, dat het was als een haag om Hem heen, zwarte wateren, torenende wolken.

13 Voor zijn gloed zijn de wolken ontweken – hagel en verzengende bliksem.

14 Hij wekt donder, Jahwe, aan het zwerk, Hij verheft zijn stem, de Allerhoogste.


15 Hij schoot: een stortbui van pijlen, een noodweer van vurige schichten.

16 Zichtbaar werd de bedding der wateren, omgewoeld de grondslagen der wereld door uw dreigende gramschap, Jahwe, door het stormgeweld van uw adem.

17 Van omhoog reikte Hij, greep mij vast, hief mij boven de wassende wateren,

18 onttrok mij aan de machtige vijand, aan mijn haters, te sterk voor mijn kracht,

19 die mij hebben gezocht toen ik zwak stond: doch de Heer is mijn bijstand geweest.

20 Naar een wijd land deed Hij mij uitgaan, gaf mij vrijheid op grond van zijn gunst,

21 de Heer, die mijn gerechtigheid loonde, mij mijn reinheid van handen vergold.

22 Want ik hield de wegen des Heren, ik krenkte mijn God niet met kwaad;

23 heel zijn rechtsorde had ik voor ogen, zijn verbondseisen liet ik niet los;

24 ik hield mij aan Hem, volkomen, ik heb mij voor verkeerdheid gehoed.

25 En de Heer deed mij naar mijn gerechtigheid, waar mijn reinheid van handen Hij zag.

26 Wie getrouw is, hem toont Gij uw trouw, wie onkreukbaar is uw volmaaktheid;

27 wie gaaf is openbaart Ge uw gaafheid, van wie draait buigt Ge ongrijpbaar U af.

28 Gij bevrijdt het volk der verdrukten, doet hovaardigen de ogen neerslaan;

29 Gij ontsteekt, Heer, het licht van mijn luchter, mijn God maakt mij het donker tot licht.

30 Ja, met u bestorm ik een bolwerk, met mijn God spring ik over een wal.

31 Hij, God – volmaakt is zijn weg; onvermengd is het woord van de Heer. Hij is schild voor wie bij Hem schuilen.

32 Wie mag God heten buiten de Heer, wie dan onze God zou mijn rots zijn?

33 die God die mij toerust met kracht, die bewerkt dat mijn weg voor mij uit ligt,

34 die mijn voeten maakt als die der hinden; op bergkammen doet Hij mij staan.

35 Die mijn handen geleerd heeft te strijden, mijn armen te spannen de boog.

36 Uw beveiligend schild heft Gij voor mij, uw hand houdt mij recht overeind.
Door uw goedheid wassen mijn krachten.

37 kan ik gaan met machtige schreden: geen wankeling is in mijn tred.

38 Ik vervolg de vijand, achterhaal hem, laat niet af aleer hij is geveld;

39 die ik brak zijn onmachtig tot opstaan, liggen onder mijn voeten gestrekt.

40 Gij omgordt mij met kracht tot de strijd, die mij tarten doet Gij voor mij bukken

41 en de vijand jaagt Gij voor mij uit: wel heb ik mijn haters vernietigd!

42 Zij riepen: geen redder verscheen, tot de Heer – Hij gaf hun geen antwoord.

43 Ik vergruizel hen – stof op de wind, trap hen weg als het vuil van de straten.

44 Gij droeg mij door de twist van het volk heen, hebt mij hoofd van de stammen gemaakt, volken mij nog vreemd gaan mij dienen.

45 op het eerste bevel mij gehoorzaam, onderdanig, de zonen dier vreemden.

46 Zij bezweken, de zonen dier vreemden, hebben bevend hun burchten verlaten.

47 De Heer leeft! Gezegend mijn rots, hoogverheven de God die mijn heil is,

48 de God die mij wraak heeft vergund, die volkeren onder mij strekte,

49 mij ontkomen deed aan de vijand, ja, mij hief boven wie mij braveerden: Gij die van de tyran mij verlost hebt.

50 En daarom wil ik, o Heer, U loven temidden der volken, psalmzingen uw naam ter ere:

51 die zijn koning een grootse triomf bracht, die verbondstrouw bewees zijn gezalfde, David en zijn nazaten – voor eeuwig.

Please donate 3 euros or more to keep this site going smile

Amount





MEER VAN DEZE PSALM

*met je donatie draag je bij aan de kosten van het maken, onderhouden en uitbreiden van deze website, je honoreert de kunstenaar voor zijn werk en maakt het mogelijk dat anderen ook in de toekomst deze content kunnen ervaren.