PSALM 73

Guitar Psalms

De Guitar Psalms zijn het begin van het Psalms Electrified project. In 2018 en 2019 schreef Wiek bij alle 150 psalmen een gitaar solo compositie. Dit zijn de Guitar Psalms geworden. Peter Gielissen maakt de video’s, Wiek’s huis is de studio, waar sinds 1 januari 2020 de audio opnames van de composities gemaakt worden. Op 1 januari 2023 zijn alle 150 stukken -als het allemaal goed gaat- opgenomen.

Audio: Guitar Psalm 73, studio versie

Psalmtekst (vertaling Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde)

Lees meer

1 Een psalm van Asaf. Waarlijk, God is voor Israël goed, voor die rein zijn gebleven van hart.

2 Toch – met mij was het zo dat bijna mijn voeten verkeerd gegaan waren; niets had het gescheeld of mijn schreden zette ik op glibberige paden:

3 want afgunstig was ik op de pralers, steeds zag ik naar de voorspoed der bozen.

4 Immers – kwellingen kennen zij niet, sterk, weldoorvoed in hun lichaam;

5 moet de sterveling zwoegen – zij niet, elk mens treffen de slagen – hen nimmer.

6 Zo werd hoogmoed het snoer om hun hals, werd wreedheid de dracht die hen kleedt;

7 dikgegeten dat hun ogen puilen: de eigenwaan slaat van hen af!

8 Grijnslachend, kwaadaardig van taal, staan zij sterk genoeg om te dreigen;

9 hun mond komt de hemel te na, hun tong viert zich uit op de aarde.

10 En zo dwaalt zijn volk hiertoe af: zij bezatten zich aan wat Hem toekomt;

11 en zij zeggen: ‘hoe zou God dat merken? Heeft de Allerhoogste daar weet van?’

12 Ziedaar hoe zij, sluw als ze zijn, steeds verzekerder winnen aan macht.

13 Wat helpt het dat ik mijn hart rein hield, mijn handen in onschuld mocht wassen?

14 de hele dag word ik gekweld, iedere morgen voltrekt zich mijn tuchtiging.

15 Doch zei ik: ‘voortaan spreek ik hun taal’, zie! ik pleegde, verholen, verraad tegenover het volk van uw zonen.

16 Ik ging denken om het te verstaan: hoe ik staarde, het was mij te moeilijk.

17 Tot Gods heiligdom ik mocht ingaan, en het eind dat hen wachtte gewaar werd;

18 wel hebt Gij hen gesteld waar het afglijdt: verpletterend voltrekt Ge hun val.

19 Een oogwenk – en er blijft slechts iets naamloos. Voorbij! – gruwzaam zijn zij vergaan.

20Als een droom, Heer, waaruit men ontwaakt, wist Gij, als Ge oprijst, hun beeld weg.

21 Toen mijn hart zo verbitterd was – want het sneed mij tot op het leven

22 toen was ik een dwaas en een weetniet, een redeloos dier in uw bijzijn;

23 en toch – was ik niet altijd bij U? Gij hield mijn rechterhand vast,

24 Gij die mij leidt door uw raad, mij later in heerlijkheid wegneemt.

25 Zonder bijstand ben ik – doch bij U verlang ik niets meer op aarde;

26 zou mijn lichaam bezwijken, mijn hart, God is immer mijn rots: Hem behoud ik.

27 Zie, wie U ontwijkt vindt geen pad meer, wie U schandelijk verlaat delgt Gij uit.

28 Mijn geluk – dat is Gods nabijheid, mijn toevlucht weet ik bij de Heer. Moge ik zo heel uw handelen verhalen.

Please donate 3 euros or more to keep this site going smile

Amount





MEER VAN DEZE PSALM

*met je donatie draag je bij aan de kosten van het maken, onderhouden en uitbreiden van deze website, je honoreert de kunstenaar voor zijn werk en maakt het mogelijk dat anderen ook in de toekomst deze content kunnen ervaren.